Het log dat eigenlijk over helemaal niets gaat...

zaterdag, december 11, 2004

Barslecht

Deze site zal een tijdje onupdated blijven om uiteindelijk geheel te verdwijnen; maar niet getreurd: barslecht.nl zowel als .com is reeds een feit en zodra een behoorlijk design is aangeleverd door arthur en een redelijke stijlsheet door m'n broer zal iedereen de mogelijkheid hebben om van de betere shit te genieten, gehuld in een meer strak en verantwoord design; aangeleverd door het brein van barslecht, ofwel een stel social retards (ik en Anne dus) die bij gebrek aan vertier barslecht creërden tot wat het zal worden; een barslechte, geweldige site, met veel satire, onzin, kritiek en dergelijk fervent geknoei.

Tipje van het tot nu nog gesluierde...?

Krantenkoppen, Moonjuice, Propaganda, Over ons, Poll, Politieke personen, Browsers, Nederlandsch, Kritiek, Rubrieken, Games, Contact, E-mails, Weblog, Media, Disclaimers, Strips, Google, Bedrijven,

En nog veel meer.

Bij het waarschijnlijke design moet gedacht worden aan een communistisch, Noord-Koreans design; geen zorgen dus over de voorlopige gedisste opmaak, want dit wordt de linke shit.

Mensen, tot snel.

barslecht.nl & barslecht.com

woensdag, december 08, 2004

Café noir

Verschopt. Verstoten om even miserabel als vergrendeld te slenteren door de wijken die als die van de Baradeëen door het leven gaan. Café noir ziet hem dagelijks. Deze plek die het ideale stadsbeeld ontsiert ligt in de achterbuurt, aan de zijde van Nieuw Avé’hereto. Quasi-nonchalant stapt de man ook vandaag weer rond enen binnen; twaalf anderen zetten zich naast ‘m neer; er valt een stilte. Wie is deze man? Deze mens die, hoewel gedefinieerd als groots, als bovenste tak der evolutie, zo verdronken en gebroken loopt en huilt, niet willend zijn identiteit kenbaar te maken; zijn oorsprong verschoppend, zijn ras ontkennend. Rehabilitatie heeft geen oplossing voor ogen gehad. Met opgejaagde pas en verscheurde toekomst verstrijkt deze mens dit duistere café en verliest hij zijn geld aan gewelddadige berovingen en gokverlokking, terwijl hij de drukke straten mijdt. Deze mens, wiens rechter hand trilt, wankelt; een laatste impuls van verdorven vriendschap die oprecht lijkt, houdt hem staande, maar het is enkel surreëel. Zo strijken dagen neer als reigers aan de stille oeverkant en leven de nachten op als spinnen klimmend in hun touw. Het gebogen hoofd lijkt toe te geven aan de Gwéea, maar tegelijkertijd is erkenning aan het verleden niet een mogelijkheid en wordt de hoop van deze man ontvreemd. Hij duikt onder voor zijn verleden; de deur opent weer en zijn gezicht staat bol van tranen. Het is geen heldere koffie.

Deze man, mensen, zijn wij.

dinsdag, december 07, 2004

Prima leider

"Premier Balkenende wil dat we elkaars handen vasthouden, daar krijg ik braakneigingen van. We moeten nu keihard optreden, daarna is er genoeg tijd om die idiote oranje polsbandjes te gaan dragen en ander soft gedoe."


Geert Wilders. Laatst kwam hij met onder andere deze uitspraken in een interview van de Metro [http://www.geertwilders.nl/index.php?id=metro041204]. “We hebben te lang thee gedronken met de verkeerde mensen. Gerrit Zalm had gelijk toen hij na de moord op Van Gogh zei dat we in oorlog zijn. Het is jammer dat hij dat later heeft teruggenomen. Ik durf het wel te zeggen: we zijn in oorlog. We zijn in oorlog omdat zij ons de oorlog hebben verklaard."

De Nederlander moet wel blind zijn, stom en ongelooflijk verloren om zijn vertrouwen te geven aan zo'n soort persoon. Aan een iemand van wie niet alleen zijn haar flink in de war zit en de impressie geeft van dat er een aardige dosis vocht in is geblazen, maar ook zijn hoofd. Het lijkt wel alsof wij geen besef hebben. Alsof een kind van 15 meer weet te rationaliseren dan een volwassen, verstandig geacht persoon. Maar nee. Als schapen, als door angst onderworpen lammeren, die geketend aan de voet van de radicale personicatie om zich heen slaan en zich vastmaken aan alles dat hen moet redden. Niet wetend, of niet beseffend in wat voor gat van gal en slijk zij worden getrokken, alsof ze geen kracht en wil meer hebben zich stevig vast te houden aan de afbrokkelende rand. "Wij zijn in oorlog, we moeten vechten! Weg met alle moslimfundamentalisten; het is oorlog! Verderf aan deze samenleving!" Zo gaat ons land ten onder.

Nu staat Wilders op een dodenlijst. Dat kan niet. Dat mag niet en ik kan het maar niet accepteren dat er wezens in deze wereld zijn die zich in staat achten te beslissen over het lot van leven en van de dood. Die enkel met hun vinger wijzen, hun kootjes samentrekken om zo de kogel af te vuren en haar loop van beweging naar dood te ontgrendelen. Ik kan het niet bevatten dat zij kunnen toestaan dat deze wereld wordt gesleept in de oorlog waarvan Wilders het bestaan reeds heeft uitgesproken. Ik geloof niet in zo'n oorlog. Ik geloof niet in een oorlog die tot leven wordt geroepen door terrorisme en die door mannen als Geert worden aangegrepen alsof het een excuus is voor gehele machtsovername.

Naar mijn mening is hij geheel het spoor bijster. Verdronken in zijn woorden naar het volk toe, dat hij brainwasht met een propaganda-apparaat, waar wij zo vatbaar voor zijn, zo breekbaar; eerlijk gezegt had ik niet anders verwacht. Nederland is geen hoogontwikkeld land, zoals wij zelf altijd graag willen horen. Naar mijn inzien ligt er slechts een zielig ezelsbruggetje tussen onze natie en een land uit de 3de wereld; wij zijn niet meer ontwikkeld; het is niet alsof wij een meer beschaafde cultuur hebben als die van een land in Afrika. Het is niet alsof er enkel oorlogen zijn in armoedige landen ver weg van hier, volgens de onruststoker zelf - die het liefst ons allen zélf recht in verderf en verdoemenis had willen leiden, maar wiens leven hem meer lief is dan zijn visie en wie daarom maar gooit met uitspraken die ons land verder, steeds verder vernietigen - zijn wij reeds in datzelfde verwikkeld. Dat hebben wij kennelijk niet door.

"Ik ben ook maar een mens, het vreet energie. Soms voelt het alsof mijn handen op mijn rug gebonden zijn: ik kan niet alles doen wat ik wil.” Tweede Kamerlid Geert Wilders wil immers de groep van 150 moslimfundamentalisten die zich in en rondom Nederland ophouden preventief laten oppakken. “Oppakken, strippen van hun Nederlandse nationaliteit waar mogelijk en dan uitzetten. Ik vind het geen zware maatregel voor de situatie waar we nu in zitten en ik denk dat we het gisteren al hadden moeten doen. Het is tijd voor ‘keiharde maatregelen’.”

maandag, december 06, 2004

Op de oever alleen

Ik was nimmer.
Nooit aan de Oever.
Nimmer, waar ik.
Maar.
De Oever.
Uitzag over Einde.
Loze vragen.
Dit is geen begin.
Nooit Meer.
Nee.
Dit is een Oever.
Waar ik nooit Stond.

Maar als.
Als ik dan.
De Oever.
Wat als ik uitsloeg.
Haar omarmde?
Raadselachtige.
Betogen van Ellen.
Lange rijen, Mensen.
Aan de Oever.
Nooit Meer.
Nee.
Dit is een Oever.
Waar ik mij nooit Bevond.

Lopende gesprekken.
Verlaten vertrek.
Trektijd, als einde.
Geen reis meer.
Enkel bevoegdheid.
Daar liep ik enkel samen.
Maar nooit aan de Oever.
Dit is geen begin.
Nooit Meer.
Nee.
Dit is een Oever.
Waar ik jou toe Zond.

Aan.
Aan de Oever, waar ik.
Als ik nou.
Maar zou ik eens.
Jou zien.
Jij niet mij.
Zou ik dan.
Jij dan.
Aan de Oever alleen?
Loze vragen.
Dit is geen begin.
Nooit Meer.
Nee.
Dit is een Oever.
De Oever die ons nimmer.
Nooit aan de Oever.
Altijd Bond.

vrijdag, december 03, 2004

Mannenstrijd met Harry

En toen las ik dit:

Aangenaam kennis te maken! Ik ben een witte, linkse heteroman van 33 korte jaren, in de bloei van mijn leven en hard op weg naar de middelbare leeftijd. Mijn jeugd is verloren gegaan met sneeuw voor de zon en mijn idealen staan als een rots in de zee. Ik denk dat ik wel sterk gevoelsmatig ben en dat ik sta op mijn rechten, als een kreeft op zijn prooi, snapt u.
Met een mengeling van nieuwsgierigheid, huiver en teleurstelling las ik de drie interview-artikelen over mannenstrijd in mijn lijfblad De Peueraar. Je moet maar durven, dacht ik, want dat doe ik niet, hoor. Ik ben nogal een schele kip daarin. Terwijl de tweede feministische golf alweer jaren geleden is weggespoeld en slechts betrekklijk weinig vrouwen (en nog minder mannen) op een verlaten en met stenen bezaaid strand zitten te wachten op een derde golf, wagen twee mannelijke redactieleden van De Peueraar de gok om een golfje, een stroompje, een straaltje, een druppeltje mannenstrijd te persen uit het boeg-beeld van het patriarchaat, de mannelijke mens. Ik vind dat een moedige poging, vooral omdat ik niet begrijp wat ikzelf bedoel, haha. Maar goed.
Uit de artikelen en uit de mondelinge en schriftelijke reacties heb ik een aantal standpunten van mannen over mannenstrijd kunnen afleiden. Ik zal hieronder een viertal van die meningen in de vorm van prettig ongenuanceerde uitspraken weergeven. Die uitspraken zijn fictief, zwart-wit, rauw, bot en simpel. Ze dienen ter oriëntatie, dat is een moeilijk woord.

Uitspraak 1: "Mannenstrijd? Dat is een vis op een fiets."
Uitspraak 2: "Mannenstrijd? Ik heb al een feministische vriendin." (vergelijkbaar met: "Dierenstrijd? Mijn vriendin is vegetariër/veganiste.")
Uitspraak 3: "Mannenstrijd? Ja, ik ben fout, wij zijn fout, de mannen hebben de schuld, wij zijn slecht en dwalen al duizenden jaren als onwaardige en geestelijk verminkte wezens over de aarde."
Uitspraak 4: "Mannenstrijd? Het patriarchaat is evenals het kapitalisme internationaal georganiseerd en zal dus, in plaats van in tuinbroeken navel te gaan staren, wereldwijd bevochten moeten worden."

Haha. Grappig toch. Als man vind ik het toch wel mooi dat zulke dingen gezegd worden, ook al begrijp ik ze dan minder. Maar als vrouw lijkt het me niet fijn, vind ik toch. Nou, laat me maar horen wat u erover vind.

Harry Westerink

donderdag, december 02, 2004

Sinterkassa!

Sinterklaas maakt overuren. Hij kan zijn kont niet keren of de mediapiet presenteert samen met de papparaziesjaak een mogelijke affaire van onze goedheiligman in de Story. Ondertussen slaat de administratiepiet op tilt en gooit zonder pardon alle ondergekladde verlanglijstjes in het haardvuur, zodat de fik erin slaat. Zelfs de HansKazanpiet weet ze niet terug te toveren en ondertussen roostert de Zwavelpiet zijn reeds geblakerde handjes aan de likkende vlammen. Verder heeft Sabotagepiet samen met wat VOCvernuftigen de pakjesboot 12 ondermijnd en hebben ze samen Amerigo's witte haren rood geschilderd. Resultaat: paniek. Ik maak me zorgen om Sinterklaas, die tussen zijn onnozole slaven, met een scheve werkmeiter alles goed geordend probeerd te regelen. Sinterklaas blijft er zelf nuchter over. Zolang het geld binnenrold, schroomt hij er niet voor zich tegoed te doen aan een heis van zijn pijp en een goedgevuld Chocoladeklaasje en laat hij zich graag met een Roemeenseturnpiet op controversiele manier fotograferen, zodat hij zijn eigen mantelpakje kan bewonderen in de speciale Story-editie. Zolang het geld maar rolt vind hij het geen zonde om verlanglijstjes in de hens te steken, zolang dit maar de kijkerscijfers van "de club van sinterklaas" omhooggooit. De pakjesboot 12 wordt met plezier terug geblazen naar Spanje en met vertier ziet hij Amerigo met rood schrikvel; whatever sales, de Sint vind het prima.

We moeten het toch onderogen zien: Sint is een mediavarken. Ongegeneerd voor wat het jonge volk denkt, twinkelen felle euris achter zijn baard als hij de Sinterklazen en chocoladeletters over de toonbank ziet vliegen. En maar de schijn ophouden van zijn feest vieren door middel van geven, terwijl hij tegelijkertijd onze zakken leegklopt en met onze belastingscenten op vakantie gaat in Swasiland. Nee, financieel zit het best met onze poetverteerder. De Pietermannen rinkelen in zijn buidel en de Smeerpiet heeft schijt aan al het witwasserij waarmee hij smeergeld opgedaan van arme, moedeloze weduwen in echt geld moet verwezenlijken, maar ook hij heeft geen keus en staat recht onder het autoritaire, kritische gedrag van onze Klaas.

Snel is hij nu weer weg en als uiterste, laatste actie probeerd hij nog vlug een wit voetje te halen bij het volk, voordat ie met z’n zak en z’n boot er weer snel vandoor stoomt naar z’n nederige kasteel, vanwaaruit hij vervolgens de merchandiseplannen voor het volgende jaar uitstippeld.

Zó gaat onze Sint te werk.

maandag, november 29, 2004

Bangkok, Thailand – 3134 minuten later

‘Toegang geweigerd.’

Jhozan DM Karpher was een jongen van middelbare leeftijd. Hij droeg een vierhoekige bril en zat in de trein van zuid- naar centrum Bangkok, Thailand. Zijn ogen waren indringend gefocust op de beweegbare pixels van het laptopscherm, wat de hobbels volgde in de weg en op zijn schoot meedeinde in haar tempi. Hij krulde zijn lip en liet zijn glazen bril naar het puntje van zijn neus afglijden. Zijn warme vingers raakten verschillende karikaturen en terwijl hij anticipeerde probeerde hij in te schatten hoe hij het best de vergrendeling kon decoderen. Zo trachtte hij zijn weg te vinden naar het mainframe. Hij werkte snel, maar toegewijd, met veel inzicht en verfijnde zorg. Zijn hoofd verlangde dat hij ging slapen, maar zijn gevoel liet hem doorwerken; hij wilde slagen en binnen geraken. Met grote vaardigheid bewogen zijn vingers zich van symbool naar symbool, zoekend naar de juiste code.

'Bezig?’ vroeg een blonde man, die zijn kans schoon zag het enige niet door de Aziaten bezette plaatsje naast Karpher te veroveren.
‘U kunt gaan,’ zij deze droog. De man bracht zichzelf zo snel mogelijk naar een andere cabine en liet zo de kleine man alleen, wiens gehele gedachtegoed zich voluit focuste op het scherm.

‘Dorante, ik kan hulp gebruiken. Verifieer dit,’ sprak Jhozan niet veel later door een plug-in in zijn oor.
‘Altijd bezig, altijd bezig.’
‘Je weet toch, H…’
‘Ik zou het geen probleem willen noemen.’
‘Een uiterst fijne ontwikkeling,’ zei Jhozan, terwijl hij H een bericht stuurde via de database. ‘Weet jij hier iets van? De compositie, de conjunctie; complicaties aretec te? Ik heb een repetitie in de vorming nodig, zodat mijn Zwitserse account rap aangescherpt kan worden. Zie je het gebeuren? Natuurlijk krijg jij je deel, H.’
‘Hoeveel keer?’
‘Slechts twee. De eerste keer verknalt.’
‘Geef me 4.’
‘Ik heb maar 1.5 voordat ze mijn aanwezigheid zullen bemerken, dus ik geef je een minuut en jij krijgt een vijfde.’
‘Deze shit is gestoord. Het is onmogelijk.’
‘1/4.’
‘Waar wacht ik op? Je krijgt het; geen twijfels. Maar wat betreft die geit van vorige week, eh…’

Jhozan lag achterovergeleund in zijn stoel, wachten op een teken van H. Hij gaf een minachtende blik op zijn horloge. Als hij niet in staat zou zijn om het op tijd klaar te krijgen en zijn pc niet zou afsluiten voor de afloop van de 1.5 minuten die resterend waren, zouden ze hem wéten te vinden en zou hij zijn overige dagen moeten slijten in verdorvenheid van gevangenschap. Hij voelde zich nerveus, net zo nerveus als die keer dat hij het werk voor de eerste maal deed.

‘Mooie dromen voor later, mijn vriend,’ zei H door de plug-in. ‘Dit is zware shit. Probeer het nog een keer. G moet uitkomst kunnen bieden, samen met je BLT drive. Probeer het, maar ik geef je weinig kans.’
‘Fijn.’ Meer cynisch kon Jhozan niet zijn. ‘Percentage?’
‘Tien, als je geluk hebt en het mij vraagt.’
‘40 seconden over. H: SAMUEL-MYKID BRN030867.’
‘Ben bezig, Jhoz. Wat zegt G?’
‘Onstabiel… in de war. Teveel symbolen, verwacht ik.’
‘Je hebt gelijk, dit is geen werk voor haar, net zomin als het voor rationaliserende mensen werk is!’
‘20.’
‘Probeer het.’
‘Ik weet het niet.’
‘Nu.’
‘Maar wat als…’
‘Ga, nu…’

‘Toegang geweigerd.’

Hij sloot de laptop af en liet zijn hoofd moedeloos landen op het krakkemikkig tafelblad dat voor hem lag. Gefaald, terwijl hij zo om geld verlegen zat.

‘H, sorry. Er was geen keus.’
‘Ik aanvaard het. Maak je maar alvast zorgen om het geld. Ik weet dat je het niet kan missen, maar mijn mutti moet die caravan, punt. Ik kan er niets aan doen, jij ook niet, neem maar een lening. Het is voor jouw slechts je ondermaatse contacten wat je afhoud van succes. Daarbij, dit was te veel. Er was geen manier dat je in die mainframe kon komen in 1.5 minuut.’
‘2.5, totaal.’
‘Wat ook, zelfs als je in de mainframe was geraakt was er geen manier waarop jij je cashflow in Zwitserland had kunnen doen opleven. Met jouw ervaring zou je geen computers meer moeten onderschatten, ook geen mensen. De bank weet wat mensen zoals jij kunnen doen. Daarom zit er zoveel beveiliging op. Dit is niet de ’80 meer. Er is geen sprake meer van het verouderde één-symbool systeem of iets dergelijks; zulke documenten zijn gestashed achter de modernste Endure techniek. We leven niet meer in de stoneage, Jhoz. De computer beveiligingscriteria zijn flink gerezen het laatste jaar, sinds meer en meer organisaties doelwit werden voor geskillde lui als jij. Je zou geen kans hebben, Jhoz. Denk daarom goed.’

‘Hoe…?’
‘Dus… wat ben je daar aan het doen, in Bangkok?’
‘Het icoon…’
‘Michael Jordan?!’
Kharper lachtte. ‘Eolus, je moet van ‘m gehoord hebben.’
‘Hij?’
‘Hij heeft me gepaged.’
‘Hij?’
‘Ja, de wind.’
‘Hij…?’
‘H, ga douchen, je lijkt me niet wakker.’
‘Kamagi… doe ‘m de groeten, aretec te.’
‘Geen probleem. Wil je weten hoe ik me voel?’
‘Wil je weten hoe ik me voel?’
‘Nee.’
‘Idem ditto. Ik voel me nog prima zo.’
‘Ga eerst maar douchen; misschien later.’
‘Later?’
‘Is dat voor of na die geit?’
‘He! Niets over Vlek.’
‘Komop, fiscaal talent, ik zit je…’


Aristoteles zei het al eens.

"Een overtuiging die door alle mensen wordt gedeeld, wortelt in de werkelijkheid."

En zo werkt het precies met meligheid.

donderdag, november 25, 2004

Integreren met Johan

Laatst las ik het volgende.

- Rita Verdonk, minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, is op zoek naar beroemde Nederlanders die zich als 'ambassadeur' willen inzetten voor de integratie van nieuwkomers. De eerste vip die door Verdonk is benaderd, zo vertelde ze afgelopen zaterdag op een VVD-bijeenkomst, is Johan Cruijff. -

Vraag me niet hoe ik het doe, maar toevallig ving ik met mijn piratenzendertje het een en ander op toen Cruijff Verdonk belde.

“Rita. Hier Johan. Luister. Even één ding. Ik ben overal tegen tot ik een besluit neem. Dan ben ik voor. Als voetbalcoach neem ik dus zelf de beslissingen. Dat is omdat ik eigenlijk nooit fouten maak. Want ik heb altijd enorme moeite om me te vergissen.
In principe ga ik me dus niet inhoudelijk bemoeien met het integratie-gebeuren, al heb ik er natuurlijk wel een mening over. Da’s duidelijk. Kijk, voor een voetbalwedstrijd geldt altijd: de eerste negentig minuten zijn het belangrijkst. Zo is dat dus ook bij integratie. Makkelijk zat, want in de voetballerij bestaat maar één waarheid: die bal moet er in. Want gaat de bal erin, dan is het een goal. Ja? Dus vanuit mijn vak als coach kan ik je wel wat tips vanuit mijn eigen professie meegeven. Want voetbal is simpel, maar het moeilijkste wat er is, is simpel voetballen.

Kijk, bij integratie moeten de neuzen dezelfde kant op staan. En wat betekent dat? Dat betekent: praten, praten en nog eens praten. Communiceren naar de mensen toe. Niet van de mensen af. Altijd naar voren verdedigen. Communiceren is goed, en weet je waarom? Kijk, eenden leggen hun eieren in stilte. Die hoor je niet. Maar kippen, die kakelen als gekken als ze een ei leggen. Het gevolg: de hele wereld eet kippeneieren en geen eendeneieren. Da’s logisch.

Maar dan kom je in verhaal twee. Je kunt niet zomaar iedereen laten integreren in je ploeg, want je hebt je selectie waarmee je rekening moet houden en de wissels zijn beperkt. Dus moeten er bankzitters weg. Oftewel, hoe krijg je die 26.000 asielzoekers nu zo ver dat ze in het buitenland gaan voetballen, om het zo maar te zeggen? Door pressievoetbal natuurlijk! Zet ze onder druk. En dan praat je dus over veldbezetting. Eerst bekijk je je tegenstander en pas daarna vul je de tactiek in. Speelt zo’n asielzoekerscentrum bijvoorbeeld het 4-3-3 systeem; dan praat je over vier actievoerders achter, drie hongerstakers op het middenveld en drie vreemdelingenadvocaten in de spits, dan vergt dat een totaal andere tactische invulling. Want die asielzoekers kunnen misschien niet van je winnen, maar je kunt wel van ze verliezen.

Kijk, als jij de bal hebt, dan kunnen zij niet scoren. Spelen ze daarom met een systeem in de vorm van een ruit, probeer dan zelf met zes IND-ambtenaren twee driehoekjes te creëren. Want als je tegenstander met een ruit op het middenveld speelt, dan is de kans groot dat je die ruit stuk kan schieten. En door zo’n kapotte ruit zien die gasten nog maar de helft van de ballen, dus dan heb je ook nog maar een half probleem. En vergeet niet: als de ruimte over de middellijn ligt, altijd inschuiven. Je kunt dus niet met twee spitsen spelen, want dan krijg je oneven getallen en dan kan een elftal nooit functioneren. Wordt je hele verdediging een geitenkaas.

Begrijp je het nu een beetje? Ja? Mooi. Zo zie je maar weer, integratie is helemaal niet moeilijk. Maar meer vertel ik niet, want je kunt beter met je eigen visie ten onder gaan, dan met die van een ander. Maar goed, dat ga je pas zien als je het door hebt.”

woensdag, november 24, 2004

Nooit een 2de kans

De samenleving verloederd. Hoe lang is het geleden dat er nog gesproken kon worden over die enkele rotte appel in de maatschappij, daar het nu meer de normale zondagsburger is die in minderheid voorkomt? Moeten wij accepteren dat er met geweld wordt geschoten op uitspraken, op de visualisering van meningen uit kunstzinnig of onderwijzend oogpunt? Moeten wij maar stoppen te voelen, stoppen lief te hebben en te rationaliseren? In mijn optiek kan het niet waar zijn dat wij meer en meer gedrogeerd raken, meegesleurd door de wil van de tiran, die wij met democratie hebben proberen te verbannen. Is dit een opstand, een revolutie en moeten wij daaraan toegeven? Is dit een rechtse hoek naar het voortbestaan van onze rechtenrangschikking, in dit wat wij een eervolle en duldende maatschappij weten te noemen?

Gewelddadige tendensen, met moorden op gevolg. Hoe lang moeten de apenkoppen nog vergaderen, hoeveel Theo’s moeten er nog sterven; zijn de witte zwanen niet reeds lang genoeg geteisterd door de ijzige winter, of zien we het nog niet? Hoeveel expressionistische en zichzelf uitende mensen mogen er in dit land vermoordt worden? Geen? Hoe wordt 2 november dan verklaard? Hoe wordt de dag verklaard waar wij verwacht hadden gefocust te zijn op wat onze toekomst misschien wel drastisch zou veranderen; maar waar wij ineens meegetrokken werden door iets met misschien veel meer impact, een veel meer stekende conclusie. Dicht bij huis. In Nederland. Laat het niet de nuchtere maar domme Nederlander zijn. Zij die zichzelf boven geweld wanen en anderen weten te bekritiseren als geen ander, maar ondertussen zelf als hypocriete dwazen uit moedeloze waanzin tempels van religie in brand steken. Door radicalisme, door zwartgeblakerde klompen; zo vergaan de kerken, de moskeeën, waar innerlijke rust en houvast aan het onmetelijke wordt belooft, maar waar niets meer grip lijkt te vatten, daar het geloof in de ideale wereld slinkt alsof het een terechtgesteld bedrieger was. Ineens was de politiek niet meer van belang. De buitenwereld viel als een opgespannen hologram uiteen en even zagen wij voor het eerst onszelf en met ontzag aanschouwden we ons land voor wat het was.

De ratten van deze wereld lijken zich machtig te vermenigvuldigen. Ze hebben geen moeite zich in te nestelen in de mazen van de riolen en het wetboek en als een bedreigend virus zegeviert het telkens wanneer een onwetende in de val wordt getrokken. Donner discussieert over godslastering alsof hij blind is, gehandicapt is en de waarheid niet wil zien. Een man is gestorven. Een man die niet zijn wil, maar zijn ideeën en radicale fantasieën de vrije loop liet in de films die hij maakte. Hij stelde mensen tegen elkaar op en werd daardoor vermoordt. Want als je niet denkt terug te kunnen breken en de één zijn ongelijk te tonen in hetgeen hij doet, daar je hem niet mondig of genoeg beargumenterend te lijf kan gaan, dan knal je hem toch af? Dan schiet je toch recht door het vingerdikke membraam dat dit land moest redden van explosie. Want Nederland weet bij god niet meer wat ze willen en wat er kan en moet. Uit sympathie wordt er maar gehandeld, uit gevoel, emotie. Mensen die zich niet kunnen bedwingen en dat moeten uiten in acties. Mensen die deze acties moeten verwerken en zoveel sympathie opwekken voor de getroffenen dat ze verdrinken in medelijden en onwetendheid. Hoe kan het anders? Ja, hoe kan het anders? Hoe kan het anders dat Amerika werd vergeten; hoe kan het anders dat de geschiedenis werd verlaten; hoe kan het anders dat de toekomst zo wazig werd dat geluk niet meer van haat te onderscheiden was; hoe kan het anders dat hij nu dood is? Ik vond het geen goed man. Ik begreep hem niet. Van der Ven ook niet. Ik heb er geen woorden voor wat ik voel en denk over wat die man beweerd.

Hem laat ik echter ook met rust.

maandag, november 22, 2004

Der Untergang

Na vijf minuten was de toon gezet. Nadreunen van inslagen en trillend afweergeschut creëerden een sfeer die zo pakkend was, dat je je reeds snel in het Berlijn van zestig jaar terug waande. Eeuwig gekletter van dodelijke wapens, explosies en geschreeuw van soldaten en burgers vormt samen met het leven van Traudl Junge, de persoonlijke secretaresse van Adolf Hitler, de rode draad die steeds weer als harde realiteit door het verhaal heen snijdt.

Het was afgelopen zaterdag dat ik een van de meest controversiële films van de laatste tijd zag. Maar welke film over Adolf Hitler vormt niet al direct een taboe? Het lijkt wel alsof er niet meer over gesproken mag worden, laat staan dat er een gevisualiseerd beeld van gemaakt mag worden. Alsof de mensheid nog niet klaar is om te verwerken wat er is gebeurd en wat dit voor de dag van vandaag als invloed met zich meebracht. Nog niet zo lang geleden was er erg veel oproer rond de film Max, en het gekrakeel rond de film Der Untergang was zo mogelijk nog wel groter. Waarom? De man die verantwoordelijk was voor miljoenen doden en zoveel ander onrecht toont in deze film menselijke trekjes...

Mensen willen niet zien dat Hitler een mens was. Hoe afgrijselijk, hoe onwerkelijk bruut en liefdeloos deze man ook was, hij was een mens. Krankzinnig, zeker, de waanideeën die hij hield en koesterde waren ongelooflijk; maar hij was een mens. Een mens met angsten, met een ver weggedrongen hart, met een visie. En hoewel die visie zo gruwelijke gevolgen met zich meedroeg en zijn hart zich had verscholen achter duistere aderen en donker bloed, je kunt niet ontkennen dat hij het had, want het was daar.

Dat is wat deze film laat zien. Hoe zijn hand zich zenuwachtig kronkelt en hoe zijn vingers spastisch schudden; hoe de dagen hem meer gebogen laten lopen; hoe hij vegetariër is en zijn hond lief heeft; hoe hij trouwt met de vrouw waarvan hij misschien echt wel heeft gehouden en hoe hij zich uit misschien wel schaamte zowel als verdriet en overgave van het leven berooft, zoals hij dat bij onmetelijk veel andere deed.

Deze film laat het kwaad als mens zien. Zo begint de film met een scène waarin Traudl een sollicitatiegesprek voert met Adolf Hitler. Het werkelijke genie van de film zit 'm voor een groot deel al in deze eerste, bijzondere beelden. Traudl en de andere sollicitanten zijn erg benieuwd naar Adolf Hitler, en wanneer de deur van zijn kantoor open gaat ziet de kijker hem nog niet. Je voelt door de bioscoopzaal een spanning. Wat zal ons getoond worden? Hoe portretteer je iemand wiens pure haat zoveel onschuldige mensenlevens heeft gekost? Iemand wiens naam de personificatie van het kwaad lijkt te zijn?

Hitler staat vriendelijk glimlachend de dames te woord en vraagt Traudl als eerste binnen in zijn kantoor voor een typevaardigheidtest. Hij aait zijn hond, en geeft Traudl op vriendelijke wijze een tweede kans als ze haar test verknoeit.

Het zijn deze beelden die iedereen zo tegenover elkaar opstelt en het maakt het ook af en toe ongemakkelijk om ernaar te kijken en te zien dat deze man daadwerkelijk gevoel heeft en er moedeloos uitziet aan het eind van zijn afgrijselijke heerschappij. Het valt dan ook vooral op hoe ingenieus de beelden en het verhaal in elkaar zitten. Hoewel we hier met de nederlaag van de Nazi's te maken hebben voelt de kijker een stukje tragiek, een stukje hulpeloosheid. Dit was wat ik persoonlijk zeer lastig vond, want je begint zelfs mee te voelen met de meest misdadige figuren die de geschiedenis ooit gekend heeft. De Nazi's proberen wanhopig nog wat aan hun laatste dagen toe te voegen, en dit levert een hoop vervreemdende beelden op van dronken officieren, orchis in een platgebombardeerd Berlijn en casual gesprekken over hoe men zich het makkelijkst van kant kan maken. De naargeestige en wanhopige sfeer blijft bij de kijker nog ver na het zien van de film hangen. Dat heb ik wel heel moeilijk gevonden. Na het gevoel dat dit op roept ervaren te hebben is het toch lastig weer te rationaliseren en te bedenken wie deze man en zijn trawanten werkelijk waren.

Toch ben ik zeer blij deze film gezien te hebben. Omstreden of niet. Der Untergang is een magistrale film, naar mijn mening de meest relevante film van 2004. Absoluut indrukwekkend.