Een min een is twee
A, b, c’tje zou je zeggen. Maar niets is minder waar dan dat. Tenminste, niet voor mij. Hoge sensitiviteit zie ik niet als een uiterst inkoppertje. Het is wat ik mijzelf – gehindert door mijn bescheidinheid en zeer introverte zelfbewustzijn – natuurlijk nog nooit had aangeschreven, maar wat eigenlijk onlosmakelijk verbonden is met mijn persoonlijkheid. Nee, niet seropositiefheid, of iets anders van die negatieve aard, maar met een uiterste gevoelligheid, die velen boven het hoofd ronddwaald aanschouwd mijn hoge bewustzijn de karma van de wereld, met geopende ogen.
Eigenlijk heb ik het altijd al geweten. Waar mensen mij – met hun opgeblazen kapsones – als een verliezaar omschreven, mij met de woorden ‘watje’, ‘aansteller’ plus dergelijke barbarismen vervuilden en mijn ego vernederden omdat ik toch nooit sprak of deed, hield ik mij rustig. Immers wetend dat onwetendheid een zonde is, die elk mens met een zwarte rand omsiert en wetend dat zij mijn hoog ontwikkelde charisma niet wisten te begrijpen of te antwoorden, hield ik mij in en hield ik mijn onbegrip voor mijn zoveel omvattende zelf. Want ergens wist ik het toch al lang, doch uitspreken deed ik het niet: ik ben hoog sensitief.
Ik voelde dingen die anderen niet voelden. Spanning, waar anderen slechts rust ervaarden, redding waar de samenleving slechts hopeloosheid en agressie belaagde. Ik zag geen problemen, slechts hun oplossingen. Als iemand mij zei: ‘Ik heb een probleem. Help me!’ dan maakte ik een sussend gebaar. Dan legde ik hem een stilte op en antwoorde hem dat dat wat hij als een probleem ervaarde, eigenlijk een onopgevuld fontanel was waardoor hij de kern van inzicht miste. Problemen zijn er gewoon niet bij, bij mij. Ik kan ze tevens niet aanhoren, enkel beantwoorden. Ik zou mijzelf echter geen messias willen noemen, hoewel ik geen verdere reden zie mij dit niet toe te schrijven, dan dat ik goddeloos in deze wereld sta. Ik heb immers geen ander geloof, dan het geloof in mijzelf. Ik kan niet falen, als ik dat niet verlang en ik kan niet zwichten, als ik dat niet hoef, omdat ik net dat laagje meer van pure inzicht en uitstraling weet te bezitten die geen ander mij kan uitleggen of verklaren.
Ja, als je er zo over na begint te denken en toch eigenlijk wel steeds meer in begint te zien welk gelijk achter dit verhaal schuilt, ondervind je toch dat er geen ontkomen aan is. Waarschijnlijk verwijten jullie jezelf nu, niet als mij te zijn en niet als mij de wereld en de dagen van de horizon te kunnen ervaren, maar eigenlijk is het niet dat jullie er iets aan kunnen doen, hoewel jullie wel zouden kunnen proberen iets minder roekeloos en ongeorienteerd door het leven heen te druppelen. Dit verhaal is dan ook niet bedoeld als een onwerkelijke persoonsverheerlijking, of om jullie te laten inzien dat jullie ongelukkig zouden moeten zijn, ofschoon misschien een walm van genot jullie momenteel een uitzicht geeft in een niet-bestaande toekomst. Maar hoe kan een individu zich nu gelukkig prijzen, als hij of zij geen notitie heeft van de wereld zoals hij is: een aardkloot met een afgeschuurde ozonlaag, waardoor je verblind raakt door mogelijkheden en ingevingen? Ik begrijp dat niet. Ik moet toch bekennen dat ik blij ben erkend te zijn door mijn gevoel van grote gevoelligheid. Ik ben net die trap verder, die mij een overzicht geeft op de aandoenlijke manier van comminuceren en wetenschap overdragen, die jullie als megalomane homo sapiens koesteren.
“ Vroeger noemde men mij een doetje, maar nu weet ik het. ‘Ik ben gewoon hoog sensitief.’ ”

<< Home