"Nog een rondje"
Vandaag was het zo'n dag van herinneringen opdoen, barvrouwen dissen, je melig/intellectueel voelen, de haatdragende ov-gedachtes (Gestapo blokkades: Die Laufschwanzen hebben gewoon met opzet de infrastructuur verstoort en wíj, de chauvinisten van de Nederlandse samenleving gaven daaraan toe... Falen van het Verzet! aldus de veteranen (zie: Sociaal Wonder)) uit je hoofd blokken, stokjes van hout tot schilvers slaan, over de schreef gaan, stokjes kapot, lachen met Kroon, lachen óm Kroon, vooral om neus Kroon, grapjes terugkrijgen, chocomel drinken met docenten, cabaretspelen, voor lul staan met cabaretspelen, “DIE” (in het engels. “Sterf” dus) te horen krijgen, alsof die mensen Romeinen waren… (that’s one pass of civilisation they’ll never cross), gt-ownen (laat maar...), meer dingen vat op hebben, een expositie bekijken, onwijs wegkwijnen van afgunst in het hoekje van diezelfde expositie, luisteren naar muziek, de muziek niet meer kunnen horen door slaap en een lange geeuw, een vent met slippers&pet tegen het lijflopen die zegt tegen Laura: "jij vind je zelf mooi, he? Maar ik ben nog mooier", de man met slippers&pet dissen waar hij bijstaat, terugfietsen naar de muziekschool, mijn eerste oliebol eten (eigen, creatieve parodie van 'All the things she said', maar dan 'Oliebollenkraam' kwam weer bovendrijven), Gone in 60 seconds kijken, het plot van Memento viewen – insane wicked film, met Gijs levelen, Top Gear kijken, posten, mezelf mislukt voelen omdat ik van F2mke’s favorites verwijdert ben (ik denk dat het iets te maken heeft met René…eigenlijk), Op Sterk Water admiren en als naijlend aasdier hopen te fungeren als een bijrolletje in het toekomende Morin-spektakelstuk van Persona. Krankzinnig, in een woord, wat ik vandaag meegemaakt heb. Toen ik een beetje na zat na te shaken en hier en daar te dissen in de Peppel bedacht ik dat het best wel een geslaagde dag was.
Niet het minst tijdens het schrijven van een soapscène wat ik samen met Bert/Gijs (ik weet het niet meer hoor) moest doen. Ik zal jullie dit stukje dan ook niet onthouden. We kregen een foto voorgeschoteld, waarover wij dan, daarna, onze artistieke uitspattingen en ingetogen dialogen op los mochten laten. We wreven in onze handen. Het idee kwam al snel, haast net zo snel als wij de onderscheiding tussen zakenman en neushoorn hadden gemaakt als Meneer/Sir Red en Erica Terpstra. Ons stukje begon.
[uit: Terpstra & Red zoeken iets uit.]
Red – “Ja, dan kan je ‘ja’ zeggen of ‘nee’. Behalve natuurlijk als je een dyslect bent, of een immigrant uit een ver, vies oord.”
Terpstra – “Nou moet je niet alles naar jezelf toetrekken!”
Red – “Ja, ja, maar elk voordeel heb zo z’n nadeel, eh.”
Terpstra – “Klopt. Daarom moet ik je wat bekennen.”
Red – “Wat dan?! Als je ‘A’ zegt moet je ook ‘B’ zeggen, is ’t niet?’
Terpstra – “Ja, ik… ik zeg B.”
Red – “Wat wil je me dan vertellen…”
Terpstra – “Ik ben een neger.”
Red – “Zie je dat als een nadeel, discriminant?! Als de Gestapo hier was zou die zeggen: also, also”
Terpstra – “Waarom heb jij altijd de neiging om deze reeds rasociale segregatie, waarin de sportaccommodatie zo snel afslankt als ikzelf…”
Red – “Nou, als dat de mate is waarin het afneemt, zit het wel snor, geloof ik zo. Ha-ha-ha.”
Tersptra – “Stil, wat ik probeer te vertellen is dat waar jij je verschuilt achter beschuldigingen van discriminatie, jíj de racist bent. Wie laat er anders stonede Afrikanen in rieten rokjes de bananendans doen.”
Red – “Dat argument gebruikte ze in de oorlog ook al…”
Terpstra – “Oorlog… kan je dat eten?”
Red – “Eten, eten…?! Er is meer aan de hand dan het enkel vervetten van een reeds zwaar liggend onderlijf, vetrol…”
Terpstra – “We laten dit onderwerp maar vallen. Oké?”
En terwijl ik lekker achteroverleunend in de Peppel een 7-upje dronk (hoewel ik trouw-Sprite fan blijf overigens – no the hate-mail!), die ik in mij op kon nemen aangezien ik een paar van Kroon’s consumptie kaartjes achterovergedrukt had, luisterde ik naar het gebrabbel van leerlingen en twéé (ja twéé) gedistte barvrouwen. “Doe nog maar een rondje,” zei ik! Ik glimlachte zo intellectueel mogelijk naar achter de bar. Zozeer als zij de betekenis van consumeren niet naar het Latijn hadden weten te weerleggen, zozeer waren zij nu ook weer verstrikt in raadsels, daar zij de dubbelzinnigheid van de woorden niet konden bevatten.
Ik denk dat ze tegen deze tijd… naja, misschien niet helemaal rond deze tijd, in de bibliotheek (ik schat ze immers niet een Van-Dale thuis op de plank te hebben liggen).
Co…co.ccc..me..re..n.
Ja, daar is het. Eindelijk. Consumeren; had dat irritante kind toch gelijk.

<< Home