Het log dat eigenlijk over helemaal niets gaat...

woensdag, november 24, 2004

Nooit een 2de kans

De samenleving verloederd. Hoe lang is het geleden dat er nog gesproken kon worden over die enkele rotte appel in de maatschappij, daar het nu meer de normale zondagsburger is die in minderheid voorkomt? Moeten wij accepteren dat er met geweld wordt geschoten op uitspraken, op de visualisering van meningen uit kunstzinnig of onderwijzend oogpunt? Moeten wij maar stoppen te voelen, stoppen lief te hebben en te rationaliseren? In mijn optiek kan het niet waar zijn dat wij meer en meer gedrogeerd raken, meegesleurd door de wil van de tiran, die wij met democratie hebben proberen te verbannen. Is dit een opstand, een revolutie en moeten wij daaraan toegeven? Is dit een rechtse hoek naar het voortbestaan van onze rechtenrangschikking, in dit wat wij een eervolle en duldende maatschappij weten te noemen?

Gewelddadige tendensen, met moorden op gevolg. Hoe lang moeten de apenkoppen nog vergaderen, hoeveel Theo’s moeten er nog sterven; zijn de witte zwanen niet reeds lang genoeg geteisterd door de ijzige winter, of zien we het nog niet? Hoeveel expressionistische en zichzelf uitende mensen mogen er in dit land vermoordt worden? Geen? Hoe wordt 2 november dan verklaard? Hoe wordt de dag verklaard waar wij verwacht hadden gefocust te zijn op wat onze toekomst misschien wel drastisch zou veranderen; maar waar wij ineens meegetrokken werden door iets met misschien veel meer impact, een veel meer stekende conclusie. Dicht bij huis. In Nederland. Laat het niet de nuchtere maar domme Nederlander zijn. Zij die zichzelf boven geweld wanen en anderen weten te bekritiseren als geen ander, maar ondertussen zelf als hypocriete dwazen uit moedeloze waanzin tempels van religie in brand steken. Door radicalisme, door zwartgeblakerde klompen; zo vergaan de kerken, de moskeeën, waar innerlijke rust en houvast aan het onmetelijke wordt belooft, maar waar niets meer grip lijkt te vatten, daar het geloof in de ideale wereld slinkt alsof het een terechtgesteld bedrieger was. Ineens was de politiek niet meer van belang. De buitenwereld viel als een opgespannen hologram uiteen en even zagen wij voor het eerst onszelf en met ontzag aanschouwden we ons land voor wat het was.

De ratten van deze wereld lijken zich machtig te vermenigvuldigen. Ze hebben geen moeite zich in te nestelen in de mazen van de riolen en het wetboek en als een bedreigend virus zegeviert het telkens wanneer een onwetende in de val wordt getrokken. Donner discussieert over godslastering alsof hij blind is, gehandicapt is en de waarheid niet wil zien. Een man is gestorven. Een man die niet zijn wil, maar zijn ideeën en radicale fantasieën de vrije loop liet in de films die hij maakte. Hij stelde mensen tegen elkaar op en werd daardoor vermoordt. Want als je niet denkt terug te kunnen breken en de één zijn ongelijk te tonen in hetgeen hij doet, daar je hem niet mondig of genoeg beargumenterend te lijf kan gaan, dan knal je hem toch af? Dan schiet je toch recht door het vingerdikke membraam dat dit land moest redden van explosie. Want Nederland weet bij god niet meer wat ze willen en wat er kan en moet. Uit sympathie wordt er maar gehandeld, uit gevoel, emotie. Mensen die zich niet kunnen bedwingen en dat moeten uiten in acties. Mensen die deze acties moeten verwerken en zoveel sympathie opwekken voor de getroffenen dat ze verdrinken in medelijden en onwetendheid. Hoe kan het anders? Ja, hoe kan het anders? Hoe kan het anders dat Amerika werd vergeten; hoe kan het anders dat de geschiedenis werd verlaten; hoe kan het anders dat de toekomst zo wazig werd dat geluk niet meer van haat te onderscheiden was; hoe kan het anders dat hij nu dood is? Ik vond het geen goed man. Ik begreep hem niet. Van der Ven ook niet. Ik heb er geen woorden voor wat ik voel en denk over wat die man beweerd.

Hem laat ik echter ook met rust.