Het log dat eigenlijk over helemaal niets gaat...

zaterdag, november 13, 2004

Scherpzinnigheid

Ik vind het moeilijk scherp te blijven. Vooral omdat het ergens rond een of ander guur, irrelevant vroeg uur is dat ik heb besloten dit op te rakelen. Juristen zijn meestal wel scherp. Putjesscheppers ook. Moet ook wel. Loop je langs zo’n put, is ie nog vol. Kan natuurlijk niet. Maar die juristen eh. Ze happen op mazen in de wet waar gedachte en intelligentie elkaar mislopen, slaan toe als en wanneer dat kan en verweven niet alleen de recentste ontwikkelingen maar ook de meest strategische manier van zeggen in hun argumenten. Ik vraag me af hoe deze kwaliteiten bij hen rond dit uur zitten. Bij mij in ieder geval niet goed. Ik ben echter ook geen jurist. Juristen zijn duf… naar mijn mening én een beetje laks. Ik ben nu ook wat duf; dat is echter anders. Duf… waar komt dat toch vandaan. Ik zit eens na te denken. Duffencie, zou dat kunnen of niet? Klinkt wel logisch, als je het mij vraagt. Nu wel. Alles klinkt nu vrij logisch. Sporadisch dammen ook. Oké, maar duffencie. Niet lachen… ik weet dat slaap een mens melig maakt, of chagrijnig, maar dit is serieus. Een soort afgeleidde van defensie. Je bent niet meer instaat jezelf te verdedigen… en dus lijdt je aan duffencie… zoiets. Scherp he… ja, juist.

Iets anders; perzik-gorgonzolasoep. Toch even wat minder subtiel. Het is ongelooflijk, maar het bestaat. Vorig jaar met kerst iets dergelijks moeten verorberen. Dat was even smerig. Tering. Eerst denk je perzik, oké, soep, prima. Dan de gorgonzola. Dat gaat me toch te ver. Dat is alsof je in Duitsland op vakantie gaat en je de ‘who ist die Bahnhof’ grap uithaalt en dan zo’n Duitser voor je met een Günthertrekje, jouw alsoalso’end voorgaand probeert wijs te maken van ‘wir haben es nicht gewuscht, wir haben es nicht gewuscht.’ Ja, kom nou toch. Je verdere trek verdwijnt dus op zo’n moment en je vader blijft zitten met een pan vol soep en een tafel vol hongerige kinderen. Het vegetarisch kerstdiner ondervindt een lastige en op de proef stellende start. Daarna gaat het bergopwaarts. De eierensalade weet je met een grijns en een hand-oog coördinatie van een wezel weg te schuiven, zodat een bult zich vormt onder het kleed en in de om water verlegen liggende bloempot. Ondertussen vriendelijk knikken. Klaar is Kees. Ha-ha, woordgrap. Ik voel me nog altijd vrij aan de melige kant.

Maarja, scherpheid. Scherpheid is toch een lastig iets, nu wel. Je focussen op iets is verdomt lastig, want door de slaap weet je de cd niet van het boek te onderscheiden en sta je drie kwartier te timmeren voordat je stereo eindelijk de verdomde plaat in zijn drive heeft geaccepteerd. Nog zoiets is het engels-nederlands woordenboek. Je zoekt tijden voor een of ander ingewikkeld woord. Dan zeg je ineens: ‘he remy.’ (Je begint immers van vermoeidheid gesprekken met jezelf te voeren.) ‘yo, what’s up?’ ‘Dit lijkt wel verdómt veel op frans.’ Ik denk even na, zeg dan: ‘neah…’ en schud sloom met mijn hoofd. ‘oké,’ beantwoord ik mezelf. Het word aardiger zwaar om jezelf van een logische dialoog te voorzien en dus besluit je om het er maar bij te laten. Na nog een tijdje gezocht te hebben besluit je op de cover te kijken. Latijn - Nederlands staat er op. ‘Ik wist het wel…’ hoor je jezelf nog zeggen. Vervolgens val je weer in trans en erger je je aan je stereo die nog steeds de cd niet afspeelt.

Vervelend is dat toch. ’t Is ook verdomd vroeg, natuurlijk.